Korte inhoud
Op de gesloten afdeling van een extra beveiligde inrichting voor geesteszieke criminelen doorsnijdt een schreeuw de stilte van de nacht. De volgende ochtend wordt het lichaam van een verpleegkundige gevonden en blijkt haar dochtertje ontvoerd. De tijd dringt, want het kleine meisje kan maar een paar dagen overleven zonder medische zorg. Forensisch psycholoog dr. Connie Woolwine staat bekend om haar vermogen zich in te leven in de psyche van moordenaars, en om haar goede daderprofielen. Nu moet ze als psychiater undercover gaan tussen de gevaarlijkste mannen ter wereld en haar unieke talent gebruiken om het meisje te vinden voordat het te laat is…
Eerste zin
De doden zijn vaak interessanter gezelschap dan de levenden.
Moet je (niet) lezen want…
Mijn kennismaking met het werk van Helen Fields was ‘Perfecte resten’, het eerste boek in de serie rond Luc Callanach en Ava Turner. Razend spannend, personages waar je meteen mee meeleefde, vlot geschreven… Fields vinkte vlotjes alle vakjes af die nodig zijn om te eindigen met een steengoede thriller. Ik was meteen fan. Terecht, want ook de volgende boeken in de serie stelden niet teleur.
In het boek ‘De schaduwman’ kwam Fields met een nieuw hoofdpersonage op de proppen in de vorm van forensisch psycholoog Connie Woolwine. Blijkbaar meteen ook het begin van een nieuwe reeks want ‘De Kliniek’ is het tweede boek met dr. Woolwine in de hoofdrol en met ‘Profiel M’ ligt het derde boek begin volgend jaar ook al in de rekken.

Deze keer is het leesgenot jammer genoeg ver te zoeken. Tijdens het lezen van ‘De kliniek’ bekroop me meermaals het gevoel dat Fields dit manuscript nog ergens in een schuif had liggen. Om te beginnen is de premisse al vergezocht. Maar goed, daar kan je je nog wel overheen zetten.
Helaas wordt het gaandeweg alleen maar erger. Vlot geschreven, dat wel. Maar de dialogen zijn van een tenenkrullend niveau. Een professional die een dood lichaam toespreekt alsof het een vriendin is met zinnen als ‘Vind je het erg als ik kijk wat je is aangedaan? Ik zal voorzichtig zijn. Je kan me vertrouwen’.
Ook de pogingen van Fields om haar hoofdpersonage af te schilderen als een soort van Sherlock Holmes die alles over iemands persoonlijkheid kan afleiden uit één enkele blik, zijn eerder lachwekkend. Net als het stukje waarin Woolwine besluit dat ze er mentaal niet goed aan toe is omdat ze een kledingstuk dat gevallen was, aandoet zonder het eerst te strijken. Het is op den duur gewoon irritant.
Ondertussen sleurt Fields er verhaallijnen bij vanuit de een of andere duistere hoek van de kliniek om ze vervolgens weer te laten verdwijnen. Allemaal om de toch wel heel voorspelbare plot te verbergen.
Met 11 boeken in 7 jaar heeft Fields zeker niet stilgezeten. Helaas blijkt ook nu weer dat kwantiteit niet goed samengaat met kwaliteit.
